DEEL
Corsica staat al enkele jaren op mijn bucketlist maar tot hiertoe kregen andere bestemmingen om één of andere reden steeds de voorkeur. Ook nu was het niet mijn eerste keuze, ik hoopte namelijk op een ticket voor de Western States Endurance Run. Maar helaas geen Western States dit jaar en dus lag de optie Corsica terug helemaal open. De Restonica Trail was al een 2-tal jaar in “the picture” en dus schreef ik samen met mijn maatje Karen in voor deze race.

Ik koos voor “Ultra Trail di Corsica” 108km 7200hm, Karen ging voor de “Restonica Trail” 67km 3900hm. Voor beide een ideale voorbereiding op onze latere doelen zijnde de UTMB en de CCC.  Op voorhand had ik niet nauw naar het parcours gekeken, Transvulcania en UTMB waren de persoonlijke doelen dit jaar en kregen alle aandacht. Over deze race deed ik vrij luchtig. Uit voorgaande ervaringen schatte ik mijn mogelijke eindtijd op +/-22u en verder zou ik ondertussen wel wat van het mooie landschap genieten. Met deze gedachte stapte ik in Brussel het vliegtuig op.  Eens aangekomen op dat prachtige eiland kon ik niet snel genoeg mijn trailschoenen aantrekken om op verkenning te gaan in het steile gebergte rondom Corte. Na enkele dagen trailrun plezier in en rond de prachtige Restonica vallei begon het me te dagen dat mijn inschatting van het parcours er helemaal naast zat, een blik op de resultaten van de voorgaande edities drong zich op. Bij het bekijken van de tijden en met mijn recente ervaringen op de lokale trails in gedachten moest ik mijn geschatte eindtijd toch wat bijstellen en kon ik nog net op tijd de focus richting een 2de nacht verleggen.  

Donderdag 04 juli iets voor 23u. Nog een laatste keer checken of ik alles bij heb en vervolgens richting het startvak. Ik overloop nog even kort met mijn maatje het plan. Transvulcania zit nog vers in het geheugen (zie vorige Blog) en dus beslis ik deze keer een rustige start te nemen om zo lang mogelijk comfortabel te lopen. Met UTMB in het vooruitzicht lijkt het me interessant dit nogmaals te testen. Na 60 km op col de Vergio is er een groot “aidstation“ daar komen Karen en familie supporteren en me bevoorraden, ik hoop er relatief fris toe te komen rond 14u vrijdagmiddag. Van daaruit zien we wel verder.  

Nog wat opzwepende muziek welke verdacht veel op de UTMB-hymne lijkt en abrupt overgaat in een modern zuiders deuntje. De speaker gaat nog even uit zijn dak, enkele rookbommen en vuurpijlen ontbranden en knal! Onder luid gejuich en applaus gaan we van start. De rookbommen leveren misschien leuke plaatjes op maar zijn allesbehalve aangenaam om je eerste kilometer in af te werken. Vanaf het begin gaat het direct goed omhoog, 1400 hoogtemeters in 7km. Ik neem mijn plek in ergens halfweg het peloton dat zich over de steile bergflank de nacht in slingert. In de euforie van de eerste wedstrijduren laat ik me toch mee slepen in een groepje met een iets hoger tempo dan vooropgesteld. Volgen gaat eigenlijk heel vlot en achter me gaapt al direct een leegte. Ik heb geen zin om al in de eerste nacht alleen te lopen dus is het snel besloten dat dit groepje mijn metgezellen zullen worden de komende uren. 


Net voor zonsopgang kom ik iets sneller dan verwacht aan bij de hulppost aan het stuwmeer in Calacuccia. We bevinden ons aan de voet van de langste beklimming uit de race (1600hm) en ik lig voor op schema, ik besluit hier de nodige tijd te nemen om te eten. Zand en steentjes worden uit de schoenen geklopt en zo kan ik zonder ongemakjes de zware klim aanvatten. Met de opkomende zon leg ik de eerste honderden hoogtemeters af, hoe hoger we komen hoe mooier het panorama. Nu we het landschap bij daglicht kunnen aanschouwen begint het me te dagen dat dit echt wel een heel mooi parcours is. Het prachtig uitzicht over de bergen en het meer. De opkomende zon die zorgt voor de eerste stralen over de aanleunende bergflank, een heel mooi spektakel. Maar dit brengt wel met zich mee dat de temperatuur in enkele minuten tijd omhoogschiet van aangenaam naar heet. Het volume in mijn drinkflessen daalt vliegensvlug en het parcours wordt met de stap technischer en steiler. Al snel vormt er zich een nieuwe prioriteit, water! Is die liter voorraad wel voldoende? Had ik niet beter voor een extra camelbak gekozen? Ik schakel over in rantsoeneren en neem enkel nog kleine slokjes. Puffend in steeds hoger oplopende temperaturen zie ik wat verderop in de klim iets wat lijkt op een hut. Daar moet water zijn! Ik nader en zie een soort van wastafel met een kraan. Blij als een kind in een snoepwinkel loop ik richting de kraan. Vol verlangen draai ik ze open… Maar… Geen druppel! Niets Nada noppes!  

Dorstig vraag ik een fotograaf langs het parcours of er water in de buurt is, hij verwijst naar een “aidstation” over de col. Ik werp een blik omhoog, merk dat het terrein steeds technischer wordt en lijkt over te gaan in niets meer dan een steen en rots puinveld. Die col en de bevoorradingspost lijken oneindig ver weg en de zon komt steeds hoger aan de hemel te staan. Van lopen is geen sprake meer, op sommige stroken komt mijn klim en alpine ervaring zelfs van pas. Twee op het eerste zicht lokale Fransen klauteren me voorbij. Ik vraag naar hun kennis over het parcours en of er ergens een waterbron in de buurt is. Ze verwijzen naar een iets hoger gelegen rivier. Het duurt inderdaad niet lang alvorens ik water hoor stromen. Vrij snel kom ik aan bij een klein watervalletje, normaal drink ik niet rechtstreeks uit een rivier maar het is sterk stromend water, we zitten hooggelegen, ik zie geen dieren, het lijkt me hogerop ook geen terrein waar veel leven te vinden is en nood breekt wet. Ik vul mijn softflasks en kap gulzig het ijskoude water naar binnen. Zalig! Ik ga er even bij zitten en doe me verder te goed aan het verfrissende water. Het is alsof een droom in vervulling gaat. Van hieraf aan ligt de focus op water, ik luister constant of ik stromend water kan horen, schat het landschap in of het tekenen van erosie vertoont en grijp elk riviertje, elke bronnetje, elke gelegenheid aan om mijn flessen bij te vullen.  

Na iets minder dan 4 uur klimmen kom ik boven op Bocca Crucette, ik had me aan een technisch parcours verwacht maar wat ik in die klim voor de voeten kreeg was meer dan dat. Meer dan eens voelde ik me meer alpinist dan trailrunner. Ik herinner me een passage uit het logboek over een hyper technische afdaling gevolgd door een stevige klim, als dit het voorspel was voor wat komen gaat belooft het een heel lange dag te worden! De rood-witte markering van de GR20 duikt inmiddels ook op, van hieraf aan gaat het 40km lang over deze befaamde wandelroute dwars door Corsica. De crux van deze race. Het logboek en alle geruchten over de GR20 lijken niet overdreven, de afdaling naar Ballone is met niets wat ik in eerdere trailrun races tegen kwam te vergelijken, “Diagonale des Fous” komt nog enigszins in de buurt maar dit parcours is naar mijn mening toch buiten categorie. Met temperaturen die inmiddels ruim de dertig graden overschrijden kruipen de kilometers vooruit. Al goed dat ik deze ochtend iets voor lag op mijn geplande tijdsschema want hier verlies ik veel tijd.

In de bevoorradingspost van Ballone zie ik de eerste opgaves, dit verbaast me niets in deze omstandigheden. In de schaduw van het tentje ga ik even zitten en neem ik nogmaals de tijd om wat te eten. Het begint allemaal wat te wegen en ik haal even de smartphone boven. Leuk om enkele aanmoedigende berichten te zien. Dit zorgt voor een portie verse motivatie en spoort me toch aan om niet te lang te treuzelen. Nog snel een berichtje aan de support crew “geen zorgen, ik voel me nog vrij OK. Het tijdsverlies is vooral aan het terrein en de hitte te wijten. Ik zie jullie bij Col de Vergio! “.

 De eerste kilometers na Ballone gaan vlot, we gaan licht dalend dieper de groene vallei in en het parcours loopt terug wat vlotter. Hier en daar is er wat beschuttende vegetatie en we kruisen het ene riviertje na het andere waar telkens gretig verkoeling gezocht wordt. Regelmatig kruis ik enkele hikers, de meesten onder hen zijn aan hun eigen uitdaging bezig en trachten geladen met de rugzak de 170km lange GR20 af te leggen in 10 à 15 dagen. Ze kunnen zich dus een heel reëel beeld vormen van wat onze onderneming inhoudt en dat merk je aan de welgemeende felicitaties en aanmoedigingen. Die appreciatie doet deugd en schenkt nieuwe moed om verder te zetten. Een groepje van een viertal hikers is zo enthousiast dat ik even halt hou voor een kort praatje over het hoe en waarom van mijn trailrun avonturen. Ze vinden het helemaal geweldig en met een “bon courage” in beide richtingen zetten we elk onze weg verder. Het begint inmiddels stevig te klimmen richting Ciottulu di i mori de laatste hindernis voor we het bevoorradingsstation aan col de Vergio bereiken. Het terrein wordt steiler en al snel klauteren we opnieuw zonder enige beschutting tegen een brandende zon over de ruwe rotsblokken heen. Hier krijg ik het een eerste maal echt lastig, het gebrek aan slaap in combinatie met de loden hitte hakken eropin. Ik ga slechts moeizaam vooruit, verlies enkele posities en begin toch wat te twijfelen over het vervolg. De klim lijkt eindeloos te duren en er is geen verkoeling meer te vinden. Ik tel de kilometers af richting col de Vergio en trek mezelf op aan de gedachte dat supporters en verfrissing daar op me wachten.

Op zulke momenten zoek je motivatie in de kleinste dingen. Door mijn gedachten gaat dat mijn maatje Karen daags nadien vroeg in de ochtend haar wedstrijd start en het goed zou zijn dat ze nog wat rust heeft in de namiddag na mijn passage op Col de Vergio. Met die gedachte tracht ik er toch de vaart wat in te houden en stuw ik mezelf vooruit. Zo heb ik het komende stukje opnieuw iets om de focus op te richten. Anderhalf uur harken later sleur ik mezelf over de top en zie ik de col voor me uit. Nog even dalen wat gelukkig een pak vlotter gaat en enkele vlakkere kilometers met hier en daar wat schaduw lachen me tegemoet. Tegen dat ik Col de Vergio bereik ben ik over mijn moeilijk moment heen en enkele meters voor het aidstation staat de support crew me al enthousiast op te wachten.  

Terug wat bekende gezichten, je verhaal even kunnen doen, een bord pasta, wat verfrissing, verse kousen en wat bemoedigende woorden. Veel meer heeft een mens op dat moment niet nodig om gelukkig te worden. Ik trek een half uurtje de tijd uit om wat op krachten te komen en me te goed te doen aan alles wat deze schaduwrijke post te midden het groen te bieden heeft.  Uit zulke momenten put je enorm veel kracht, zeggen dat je helemaal herboren terug kan vertrekken is wat overdreven maar de moraal kan je toch terug helemaal op punt zetten. Net die mentale kracht is voor mij cruciaal om een ultra van deze omvang met succes af te ronden. Tijdens het versterken van de innerlijke mens bespreek ik nog even met Karen of ze klaar is voor haar wedstrijd. Ik schat dat ik weleens kort voor haar start (5u de volgende ochtend) zou kunnen finishen. Als dit het geval is zou ik nog even in de buurt blijven om te supporteren bij haar start. Indien ik de finish niet tijdig haal geef ik aan dat ik de support crew zal vergezellen aan het aidstation van E Grotelle. Verder krijg ik nog mee dat ze reeds even op verkenning zijn gegaan en de eerstvolgende kilometers over een relatief vlak goed lopend bospad gaan. We wensen elkaar succes voor wat komen gaat en ik zet mijn wedstrijd verder.   

De volgende kilometers gaan inderdaad over merkelijk vlottere paden, wat me wel begint op te vallen is hoe ver alle deelnemers uit elkaar liggen, ik kom nauwelijks nog iemand tegen en vraag me bij vlagen weleens af of ik nog wel op het parcours zit. Achteraf verneem ik dat maar liefst 25% van het deelnemersveld heeft opgegeven bij Col de Vergio. Uiteindelijk zal 42% van de deelnemers vroegtijdig de race verlaten. Toch een opvallend hoog aantal. Wat mijn beeld over deze race bevestigt.  

Enkele kilometers gaat het erg vlot en de volgende klim met prachtig uitzicht over de vallei heeft als enige moeilijkheid dat er geen waterbron te bespeuren is. Spaarzaam zijn met water daar zijn we inmiddels wel in getraind en net voor ik wanhopig over een waterbron ga ijlen doemt voor me “lac de Nino” op. Een prachtig meer midden in een groene vlakte omringend met kabbelende stroompjes fris water op 1750m hoogte. Hier grazen wilde paarden en ander talrijk aanwezig wild. Een landschap in fel contrast met het ruwe gebergte dat ik enkel uren eerder voor de voeten kreeg, de afleiding is welgekomen en bij een hulppost aan de rand van het meer kunnen we opnieuw onze watervoorraad aanvullen. 

Het sprookje is echter van korte duur. Al snel laten we dit prachtig stukje Corsica achter ons en gaat het opnieuw omhoog, we zijn duidelijk begonnen aan de klim richting “Bocca a Soglia” naarmate we stijgen gaat het terrein opnieuw over in ruwe, steile rots. Waar ik op het eerste zicht geen doorgang in zie. Ik ben omringd door rotswanden waarvan de graad bezaaid is met scherpe pieken. Meermaals stel ik me de vraag of ik nog op het parcours zit en speuren mijn ogen angstig naar vlagjes of enige signalisatie. Na een kleine 3 uur klauteren zie ik dat de vlagjes en rood witte GR-signalisatie ons over enkele rotsblokken richting een smalle inkeping tussen 2 scherpe rots pieken leiden. Het lijkt erop dat we de top hebben bereikt. De doorgang in de rotswand is niet breder dan een deur en het is ook net alsof je een nieuwe wereld binnen stapt. Vlak voor me zie ik 2 prachtige gletsjermeren en de eerste glimp van de mooie Restonica vallei. Stilaan komt het einde in zicht.  

Enkele dagen voor de trailrun was ik hier reeds komen verkennen, van hieraf aan krijg ik bekend terrein voor de voeten geschoven. De verwachting was hier aan te komen bij valavond en ik zit blijkbaar terug helemaal op schema want de omliggende toppen zijn omgeven door een betoverende rood oranje gloed van de ondergaande zon. Terwijl de temperatuur een daling inzet begint de motivatie te stijgen. Gedaan met die loden hitte en het constant zoeken naar water, de tijd is exact wat ik verwachtte op dit punt. Het moeilijkste lijkt achter de rug en ik schat dat ik zelfs nog de tijd zal hebben voor een kort dutje na de finish alvorens de wedstrijd van Karen van start gaat. Het gaat plots zo goed dat ik beslis te gaan versnellen. Met een technische afdaling voor me uit voel ik me helemaal in mijn sas. Ik doe niets liever dan dartelen van steen naar steen en met vlotte soepele pasjes een berg af denderen. Ik steek er redelijk wat vaart in en enkele minuten lang amuseer ik me rot.  

Tot ik met mijn voet achter een rots haak en het plots lijkt alsof ik in slow motion de diepte recht voor me in duik, ruwe rotsblokken komen schrikwekkend maar schijnbaar traag op me af en met een harde klap kom ik tot het besef dat dit allesbehalve een vertraagde weergave was. Daar lig ik dan, kermend tussen de stenen. Angstig tast ik af of ik me al dan niet ernstig heb bezeerd. Arm, hand, knie en dij onder het bloed maar de schade lijkt mee te vallen en dus zet ik met enige voorzichtigheid mijn tocht verder. Kwaad op mezelf voor de domme val jaag ik me op richting de eerstvolgende hulppost. Gelukkig ben ik slechts op een 20-tal minuten van Bocca a Soglia waar men met beperkte middelen mijn ergste wonden ontsmet en inpakt. Na een half uurtje verzorging laat men me weer vertrekken met het advies om in het dal bij het volgende aidstation de medische post op te zoeken voor verdere verzorging.

Ik zet de afdaling in richting E Grotelle. De adrenaline rush waarmee ik nog vrij vlot Bocca a Soglia bereikte ruimt stilaan plaats voor een nuchtere kijk op de feiten. Pijntjes her en der en een open wonde op de arm waar ik toch niet zo gerust in ben.  De moraal bereikt een eenzaam dieptepunt terwijl twijfels hoge toppen scheren. De donkere gedachten dreigen het deze keer te gaan halen en ik leg mezelf erbij neer dat dit verhaal zal eindigen in een opgave. Met het oog op de UTMB later deze zomer wil ik geen risico nemen op blessures en mijn wonden deftig laten verzorgen lijkt me toch prioritair. Het komende uur stel ik mijn besluit ermee te stoppen meer dan eens in vraag maar telkens weer kantelt de balans naar een verhaal met slechte afloop.  

Wanneer ik aankom bij het controle punt staat mijn besluit vast. “Je vais abandonner” brabbel ik ontgoocheld tegen de man die onze startnummers controleert. ”Mais noooooooon!” schreeuwt hij terug! Hier kan je niet meer opgeven je bent zo goed als aan de finish! De moeilijke passages zijn achter de rug, hier opgeven zou zonde zijn.  Ik verwijs naar mijn blessures en herhaal meerdere malen dat ik het niet meer kan opbrengen. Maar de man valt niet te overtuigen. Hij weigert halsstarrig mijn beslissing. Hij begeleidt me naar de medische dienst en blijft op me inpraten. We zitten inmiddels aan 95km en de enige klim die nog rest ken ik, niets is makkelijk na zo een afstand maar in vergelijking met wat we achter de rug hebben is het inderdaad klein bier. Er kruipt terug enige twijfel in mijn besluit en bij de aanvang van de medische zorgen staat de deur weer op een kier.

Ik weet het allemaal niet goed meer en ben helemaal in de war, wanneer men me wat vraagt brabbel ik maar wat in iets wat op Frans zou moeten lijken. Ik merk de twijfels in het gelaat van de verpleegkundigen. Inmiddels ben ik ook 24 uur onderweg. De vermoeidheid brengt je in een staat waarbij je je op een rollercoaster aan emoties begeeft. Wanneer ik het verplegend personeel onderling hoor vertellen dat ze mijn arm moeten hechten zie ik het weer helemaal niet meer zitten om verder te gaan. Met tranen in de ogen zit ik moedeloos voor me uit te staren. Terwijl men me onderzoekt en verdere verzorging toedient blijft een 3-tal vrijwilligers op me inpraten. Men tracht me ervan te overtuigen een uurtje te slapen en dan verder te gaan, maar deze optie zie ik niet zitten. Of ik ga nu verder, of het stopt hier. Ik vraag een schatting van de resterende tijd richting finish. 5 à 6 uur geeft men aan. In een helder moment maak ik een snelle rekensom en kom ik tot de conclusie dat als ik geen tijd meer verlies ik het nog net haal om de start van mijn maatje mee te pikken. In een flits verschuift de focus en heb ik terug iets om motivatie uit te putten. Ik spring recht en zeg overtuigd dat ik toch verderzet. Ze kijken me ietwat verbaasd aan en hebben er precies toch niet het volste vertrouwen in. Eén van de vrijwilligers vraagt een collega een hoofdlamp en stelt voor een eindje mee te lopen. Ze blijkt zelf een ervaren trailrunner te zijn en vergezelt me een 2-tal kilometer. Onderweg hebben we het vooral over de UTMB en vertelt ze me over haar succesvolle deelname. De afleiding doet goed en wanneer ze besluit terug te keren naar het aidstation heb ik een goed ritme te pakken. Het terrein vertoont geen grote moeilijkheden meer en de kilometers vlotten terug. Het ziet ernaar uit dat de vrijwilligers bij de hulppost het toch bij het rechte eind hadden. 

Van hieruit gaat het goed en in geen tijd sta ik in Alzu op de top van de laatste beklimming, slechts 13km in hoofdzakelijk dalende lijn resten me tot de finish. De enige moeilijkheid die ik nog moet overwinnen is mijn eigen geest die door het slaapgebrek me dingen wil laten zien die er helemaal niet zijn. Van tuinkabouters tot hippiebusjes, je kan het zo gek niet bedenken of het doemde op aan het einde van de lichtbundel die mij de weg wees door het donkere bos. Meerdere malen moet ik mezelf inspreken dat dit slechts mijn geest is die de leegtes op mijn netvlies tracht in te vullen. Wanneer ik dichterbij kwam haalde ik keer op keer mijn gelijk en bleek het om een rotsblok of boomstronk met een bekend silhouet te gaan. Ik tracht de focus te houden, richt mijn blik op het pad voor me uit, zet het verstand op nul en haspel de laatste kilometers verder af. Het duurt niet lang meer voor ik enkele lichtjes in de donkere nacht zie verschijnen. Dit moet Corte zijn. Het einde is nabij. Bij het binnen lopen van Corte vergeet ik de vermoeidheid, de verzuring, de pijn, het afzien, alle emoties maken bij het overschrijden van de finishlijn plaats voor euforie. Ook al sta ik daar in het holst van de nacht helemaal op mijn eentje. Ik ben dolblij want ook deze uitdaging is met succes voltooid. Al was het deze keer met dank aan de vrijwilligers bij E Grotelle.   

Ultra Trail di Corsica zal me vooral bij blijven om zijn technisch veeleisende parcours en prachtige panorama’s. Zoals steeds bij dergelijke ultra’s heb ik delen van mezelf leren kennen waar ik het bestaan niet vanaf wist. De grootste moeilijkheden had ik met het slaapgebrek en de hitte maar naar omstandigheden ging het vrij goed met de benen en de fysiek. Dit geeft me het vertrouwen om verder te werken richting UTMB. Heel tevreden blik ik terug op een prachtige ervaring. 

En ja hoor, ik was mooi op tijd voor de start van mijn maatje die het er met een 7de plek schitterend vanaf bracht in haar wedstrijd! 

geschreven door
portrait

Christof De Schaepmeester

Logistics & key accounts van Lochristi

Club: Gent Running Team

MIJN DISCIPLINES
Trail run Ultra trail run Triathlon Marathon Functionele Training Ultramarathon
MIJN DISCIPLINES
trail ultra_trail triathlon marathon functional_training ultra_marathon