WEET WELK TYPE
VOET JE HEBT

DE PRONATIEGIDS

Onderzoek toont aan dat ongeveer vier van de vijf hardlopers risico lopen op blessures doordat ze schoenen dragen die niet aansluiten bij hun manier van hardlopen. Zorg ervoor dat je weet hoe je voeten bewegen en landen, en kies schoenen die jou de juiste ondersteuning bieden.

WAT IS PRONATIE?

Pronatie is de manier waarop je voet naar binnen rolt om de impact op te vangen van de landing. Dit is een onderdeel van de natuurlijke beweging van het menselijk lichaam en verschilt van persoon tot persoon.

Wanneer je voet op de grond neerkomt, rolt je voet naar binnen om de schok op te vangen. Tijdens deze beweging wordt er op de voetboog gemiddeld een druk uitgeoefend van drie keer je lichaamsgewicht. Mensen die teveel of juist onvoldoende naar binnen rollen kunnen gevoelig zijn voor hardloopblessures door een minder effectieve schokdemping. Dit is ongeveer 60% van de hardlopers.

Er zijn drie pronatietypen. Ontdekken wat jouw pronatietype is, is de eerste stap op weg naar het vinden van de juiste hardloopschoenen.

SUPINATIE

De buitenkant van de hiel raakt de grond met een grotere hoek en de voet rolt weinig of niet naar binnen (pronatie). Hierdoor is er onvoldoende schokdemping richting het onderbeen.

Afzet: druk op de kleinere tenen aan de buitenkant van de voet.

Blessures: hielspoor (plantaire fasciitis), scheenbeenklachten (shin splint), verzwikken van enkels.

Type voet: hoge voetboog.

NEUTRAAL

De voet landt op de buitenkant van de hiel en rolt vervolgens naar binnen (proneert) om de schok op te vangen en het lichaamsgewicht te ondersteunen.

Afzet: gelijkmatige verdeling aan de voorzijde van de voet.

Blessures: minder blessuregevoelig dankzij effectieve schokdemping, maar ook neutrale hardlopers kunnen blessures oplopen.

Type voet: normale voetboog.

OVERPRONATIE

De voet landt op de buitenkant van de hiel en rolt daarna teveel naar binnen (overproneert), waarbij het gewicht op de binnenkant van de voet terecht komt in plaats van de bal van de voet.

Afzet: grote teen en tweede teen doen het meeste werk.

Blessures: scheenbeenklachten (shin splint), hielspoor (plantaire fasciitis), hallux valgus (vergroeiing van de grote teen).

Type voet: lage voetboog of platte voeten.